Op mijn donder 

Mijn dochter kreeg voor haar Kerst het spel Mariokart cadeau. Een tweedehands spel want het is voor de oude Wii die hier staat. En sindsdien krijg ik regelmatig zwaar op mijn donder. Het is ons vaste momentje waarbij we ieder achter het (Wii)stuur kruipen voor een face-off. Het brengt ons in verbinding en tegelijk kan zij stoom afblazen. Zij houdt het uren vol. Ik not so much.  

Ze is gek op racen, karten, al wat snel gaat. Bij haar vader speelt ze Beach buggy en hier dus Mariokart. En ze is echt goed. Ze klopt mij met haar ogen dicht (wat in alle eerlijkheid wellicht niet zo moeilijk is). Maar ze doet het zo graag dat al haar focus er automatisch naar toe gaat. Ik moet moeite doen om mij te concentreren en ben dus uitgeput na 3 reeksen. Zij heeft het gevoel dat ze helemaal niet moet focussen. Want het gaat automatisch omdat ze het zo ontzettend graag doet. Zij gaat in hyperfocus.  

Ik heb al vaak mijn hyperfocus gebruikt. In mijn geval doorgaans wanneer ik aan het lezen en leren ben over een onderwerp dat me op dat moment onwijs hard boeit. En dan gaat alles vanzelf en verdwijnen de minuten en uren, verdwijnt de buitenwereld. Ik ben zo ooit gevraagd hoe ik in godsnaam kon lezen in de luide binnenspeeltuin. Voor mij was het de manier om die binnenspeeltuin te overleven. Ik dook diep weg en de buitenwereld sloot zich af. Behalve voor de herkenbare “mama!” en een regelmatig boven water komen om eens te piepen of alles nog ok was. (Het was een voordeel dat mijn passie toen rond koken en eten draaide, kookboeken zijn vele korte stukjes). 

Mijn dochter zei gisteren, nadat ze weer had gewonnen op alle fronten, met een scheef lachje: “moest ik het ook maar zo goed doen op mijn examens hé…” En daar wringt het schoentje. Het merendeel van wat ze moet leren interesseert haar geen moer en dan is het een sisyfusarbeid om het geleerd te krijgen. Maar over Twisted Wonderland, Bungo Stray Dogs en bepaalde andere manga’s, manhwa’s en anime kan ze uren tot in detail vertellen, ze kan al racend de vloer met je aanvegen en ze blijft haar teken- en schildertalent zelf verder ontwikkelen. Ik noem haar creatief intelligent/begaafd. Helaas ben je daar niet zoveel mee in ons huidige onderwijs.  

Ze is ook maar beginnen worstelen met het leven wanneer ze moest beginnen leren in de schoolbanken. Het begon moeilijk te gaan in het 1ste leerjaar en is van kwaad naar erger gegaan in het 2de en 3de leerjaar (wanneer dan ook uiteindelijk het diagnostisch proces is gestart) en sinds covid is ze nooit meer voltijds naar school gegaan. We kijken nu uit naar alternatieve routes want op haar 16 jaar zijn we weer vastgelopen.  

Ik geloof nog steeds rotsvast in haar kunnen en talenten en geloof heel hard dat zij een eigen pad kan bewandelen als ze de kans krijgt zich op haar eigen manier te ontplooien.  

We hadden al een heel goed gesprek met Brake-out (voor jongeren vanaf 16 jaar, aanrader!) wiens filosofie aansluit bij de mijne. Zij zetten vol in op persoonlijke talenten en verbinding. Maar er zijn ook volwassenonderwijs, avondschool, cursussen en opleidingen allerhande al dan niet online… kortom, er is nog een hele wereld buiten het reguliere onderwijs en de examencommissie (in mijn ogen nl ook het reguliere onderwijs) waarin iemand zichzelf kan ontwikkelen en bekwamen.  

En daar zet ik op in. Ik wil eerst weer een goed fundament bij haar. Want een huis proberen bouwen op los zand is nutteloos. Dat lukt gewoon niet, dat blijft niet (be)staan. En daarna zien we wel wat voor behuizing ze bouwt. Wie weet wordt het wel een boomhut of een woonboot.  

Plaats een reactie