Ik zit met de handen in het haar. Letterlijk, figuurlijk… Ik weet het weer even niet meer.
Toen ik tiener was, en zeker rond 15, 16 jaar, heb ik een hele periode gehad dat ik het nog moeilijker had dan anders. Ik wist al lang dat ik een vreemde eend in de bijt was, dat ik uit de toon viel. Ik was al meermaals gepest en uitgesloten geweest en had al zo vaak mijn best gedaan om toch maar mee te kunnen in de groep(en), me aan te passen, mijn eigen impulsen en grenzen verbergen, begraven. Toch elke dag naar school moeten gaan, leren, studeren, naar de jeugdbeweging gaan omdat ik te bang was om te stoppen. (Pas op, ik heb nog supermooie momenten en nadien jaren gehad in de jeugdbeweging, net als op school/in mijn latere studies. Maar ik heb ook erg diep gezeten en afgezien.)
In die periode wilde ik het liefst ophouden met bestaan. Het was te zwaar. Dat heb ik toen ook verstopt. Ik heb mezelf jarenlang begraven in boeken, in mijn bed, in stille hoekjes in het huis… Ik weende wanneer er niemand in de buurt was en fantaseerde over het einde van mijn leven.
Nee, ik heb nooit een poging ondernomen. Daar was ik ook te bang voor. Maar ik wilde er niet meer zijn. Ik had geen plezier in het leven, geen levenslust. En ja, ik ben erdoor gesparteld. Er zijn nadien nog zulke periodes geweest en altijd ben ik er ik weet niet meer hoe doorgekomen. En nu ik beter weet wie ik ben, nu ik weet dat ik neurodivers ben, verzeil ik niet meer in de zware stormen of diepe putten. Ik kan ze spotten en omzeilen.
Mijn dochter kan het nog niet. Zij zit al een hele poos in zwaar weer. Ze worstelt, ze ziet af, ze is uitgeput en leeg. En ik weet soms niet meer van welk hout pijlen maken. Ik wil haar helpen, haar ondersteunen, haar uit haar eigen stormen sleuren.
Al die moetjes van de samenleving halen ons telkens weer onderuit. Ze moet examens afleggen, ze moet een bepaald curriculum leren, ze moet meedraaien, ze moet toch ‘normaal’ doen en zijn. Buiten maskeert ze ook vaak en soms hard. En dan komt ze thuis en stort ze weer in.
Knettergek word ik ervan. We zijn weer even uitgeput. Telkens er een opleving komt, wordt de druk opgevoerd en worden zij en ik weer gevloerd.
Het is haar storm. Ik kan haar er niet uitsleuren. Ik kan er maar zijn. Als vaste aanlegplaats. Als anker of navigatiepunt. Ik probeer waar ik kan, haar te beschermen, de moetjes af te zwakken of op afstand te houden. Maar het is nooit genoeg.
Vandaag heb ik het ook even moeilijk. Vandaag vloek ik weer op het stomme onderwijssysteem waar mijn kind volledig in vast loopt. Dus straks kruip ik op mijn yogamat op zoek naar mijn innerlijke stilte. Zodat ik de veilige haven kan blijven. En dan zien we wel weer. Dag per dag. Van lichtpuntje naar lichtpuntje. Tot we weer in rustiger vaarwater zitten.
